Biobased niet automatisch circulair
dinsdag 8 september 2026
Nederland wil versnellen naar een circulaire economie. Hierbij streven we terecht meerdere doelen na: meer recycling van afvalstromen voor materiaal hergebruik én meer inzet van biobased en gerecyclede grondstoffen in nieuwe producten.
Maar in het huidige beleid rondom biobased lijkt de focus vaak vooral te liggen op de productie en toepassing van biobased materialen — ongeacht of deze materialen daadwerkelijk bijdragen aan hoogwaardige recycling en behoud van grondstoffen. Dit is een gemiste kans. Een circulaire economie draait niet alleen om de oorsprong van een materiaal, maar juist ook om wat er ná gebruik mee gebeurt. Biobased grondstoffen moeten daarom niet alleen hernieuwbaar zijn, maar ook goed recyclebaar binnen de bestaande Europese recyclinginfrastructuur. Bij plastics betekent dit bijvoorbeeld kiezen voor materialen die al goed sorteerbaar zijn én waarvoor recyclinginstallaties bestaan. Denk aan bioPET, bioPE en bioPP: de biobased versies van bestaande fossiele plastics PET, PE en PP. Deze zogeheten drop-ins passen wél binnen de huidige circulaire keten.
Verwarringsrisico’s
Dit geldt niet voor biologisch afbreekbare plastics, zoals PLA en PHA. Deze vallen in het beste geval uiteen in CO2 en water. Dit is geen materiaalbehoud en dus geen recycling. Bovendien zorgen ze voor grote verwarringsrisico’s bij consumenten:
• composteerbaar plastic belandt in PMD-afval (plastic, metaal, drankpakken)
• niet-composteerbaar plastic belandt bij GFT-afval (groente, fruit en tuinafval)
Beide situaties vervuilen recyclingstromen. Een PLA-folie tussen LDPE-folie kan ervoor zorgen dat gerecycled granulaat niet meer geschikt is voor nieuwe folieproductie. Een fossiele LDPE-folie in gft maakt het juist moeilijker om schone compost te produceren voor de landbouw en potgrondsector. En zelfs als composteerbare plastics wél in het gft terechtkomen, ontstaat een ander probleem. Veel composteerbare producten zijn namelijk ontworpen volgens de EN13432-norm. Die norm is niet opgesteld door de composteringssector, maar door producenten van composteerbare materialen. Daarin moeten producten in twaalf weken in industriële composteringsinstallaties voor negentig procent afbreken én zijn bepaalde bodemvreemde additieven toegestaan.
Bodemvreemde stoffen
Maar Nederlandse gft-verwerkers composteren gemiddeld slechts ongeveer vier weken, niet twaalf. Als we dat zouden willen verlengen naar twaalf weken, dan zouden de burgers drie keer zoveel voor hun gft-verwerking moeten gaan betalen. Daar worden we ook niet beter van. Daarnaast willen we helemaal geen bodemvreemde stoffen in compost. Chemische analyses van een bepaald type composteerbare koffiecapsules tonen bijvoorbeeld PBAT aan — een fossiele kunststof die uiteen valt in microplastics, als die in een industriële composteringsinstallatie wordt verwerkt. En in PLA-vleesbakjes werd fossiel PVDC aangetroffen. Dit is gewoon een laagje fossiel niet-afbreekbaar plastic en hoort niet thuis in compost. En uiteindelijk ook niet in onze bodem.
Weggooilijsten
De EN13432-norm is hiermee simpelweg niet meer van deze tijd. Niet voor niets hebben Rijksoverheid, de recycling- en afvalsector en MilieuCentraal samen duidelijke weggooilijsten opgesteld. Hierop staat helder: ‘composteerbare koffiecapsules horen bij het restafval, niet bij het gft’. De koffiesector zet bijvoorbeeld steeds meer in op koffiebonen, gemalen koffie in zakken en aluminium koffiecapsules. Aluminium capsules mogen inmiddels bij het PMD-afval en Nederlandse sorteerinstallaties worden momenteel aangepast om deze goed uit te sorteren voor hoogwaardige recycling.
Circulair denken
De overheid moet nu duidelijker sturen. Niet op ‘biobased’ als doel op zichzelf, maar op biobased én recyclebaar:
- Stimuleer materialen die passen binnen de circulaire economie, zoals bioPET, bioPE en bioPP.
- Actualiseer normen zoals EN13432 zodat die aansluiten bij de eisen van de composteringspraktijk en zorg voor de bodem.
- En handhaaf dat alleen producten op de markt komen met de juiste wegwerpinstructie. Want op composteerbare koffiecapsules zou gewoon moeten staan: weggooien bij het restafval.
Biobased mag nooit onze recyclingstromen vervuilen — en zeker niet onze bodem. Circulair betekent: grondstoffen behouden. Niet: goedbedoeld verlies verpakken als duurzaamheid.
Robert Corijn,
Marketingmanager Attero B.V.
- Circulaire Economie
Legal
Buitenopslag van enkele stuifgevoelige goederen wordt (weer) mogelijk
23 juni 2026 Volgens de Omgevingswet is het opslaan van zand en grond in de buitenlucht in beginsel niet toegestaan. Deze goederen zijn stuifgevoelig en moeten als hoofdregel ‘gesloten’ worden opgeslagen. Hierop, en op dezelfde regels voor de buitenopslag van schroot, is veel kritiek gekomen vanuit het bedrijfsl... lees meer
Circulaire Economie
Europese Commissie zorgt met Circular Economy Act voor stijgende spanning
1 september 2026 Al enige tijd is de Europese Commissie bezig met de Circular Economy Act (CEA). Deze wet hangt samen met de Clean Industrial Deal van de huidige Commissie en heeft als voornaamste doel om de interne markt voor secundaire materialen en afvalstoffen te verbeteren. lees meer