Circulariteit
donderdag 21 mei 2026
Circulariteit betekent het sluiten van grondstofkringlopen, waarbij producten en materialen na gebruik niet als afval eindigen, maar dienen als grondstof voor nieuwe producten. Het doel is waardebehoud van materialen en het creëren van een economie zonder afval, geïnspireerd op natuurlijke cycli. Dit vermindert de behoefte aan nieuwe grondstoffen.
Circulariteit betekent het sluiten van grondstofkringlopen, waarbij producten en materialen na gebruik niet als afval eindigen, maar dienen als grondstof voor nieuwe producten. Het doel is waardebehoud van materialen en het creëren van een economie zonder afval, geïnspireerd op natuurlijke cycli. Dit vermindert de behoefte aan nieuwe grondstoffen. Circulariteit wordt vaak in verwarring gebracht met recyclen of duurzaamheid. Maar circulariteit gaat veel verder dan dat. In een circulaire economie bestaat er geen afval. Afval is een grondstofbron voor nieuwe producten.
Het Transitieteam Circulaire Bouw Economie heeft Circulair bouwen gedefinieerd als het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Bouwen op een wijze die economisch verantwoord is en bijdraagt aan het welzijn van mens en dier. Hier en daar, nu en later.
Circulariteit kan dus worden beschouwd als een uitvloeisel, kenmerk of concretisering van de circulaire economie. Beide begrippen zijn nauw met elkaar verbonden, maar hebben een iets andere focus:
- Circulaire economie (het systeem): Dit is het overkoepelende economische en industriële model dat is ontworpen om afval en vervuiling te elimineren, producten en materialen in omloop te houden en de natuur te herstellen. Het vervangt het traditionele ‘take-makewaste’ lineaire model;
- Circulariteit (de praktijk/maatstaf): Dit is de mate waarin materialen en producten daadwerkelijk worden hergebruikt, gerepareerd, opgeknapt en gerecycled binnen dat systeem. Het is de concrete uitvoering of de meetbare eigenschap van hoe ‘circulair’ een proces, product of economie is.
De circulaire economie is niet door één enkele persoon uitgevonden, maar is ontstaan uit een combinatie van ideeën over industriële ecologie en materiaalkringlopen vanaf de jaren ‘60 en ‘70.
De eerste wetenschappelijke dialogen over afval- en hulpbronnenbeheer begonnen eind jaren 60 van de vorige eeuw. In 1966 publiceerde Kenneth Boulding zijn boek ‘The Economics of the Coming Spaceship Earth’ (1966). David Pearce en Kerry Turner leverden in 1990 met hun boek ‘Economics of Natural Resources and the Environment’ een belangrijke bijdrage die de nadruk legde op het behoud van economische waarde en de systemische lus en cascadering van materialen.
Walter Stahel wordt vaak de ‘vader van de circulaire economie’ genoemd. In een rapport uit 1976 voor de Europese Commissie, getiteld The Potential for Substituting Manpower for Energy, legde hij samen met Genevieve Reday de basis voor een economie in kringlopen.
William McDonough en Michael Braungart introduceerden het principe circulariteit bij het grote publiek. Zij bedachten het nauw verwante Cradle to Cradle-principe, waarbij afval als voedsel wordt gezien voor een volgend product. De Tegenlicht-documentaire van Rob van Hattum over de ‘Cradle to Cradle’-filosofie kan worden beschouwd als het startschot voor circulariteit.
- Circulaire Economie
Focus 2
TNO vergroot marktkansen biobased plaat- en isolatiemateriaal uit vezels
28 april 2026 Een doorbraak van biobased bouwmaterialen is hard nodig om de bouw in 2050 CO2-neutraal te maken. Voor Nederland hebben vezelgewassen zoals paprika veel potentie als grondstof voor duurzaam isolatie- en plaatmateriaal. In TNO BioBuilt worden marktpartijen geholpen om kansrijke biobased producten op ... lees meer
Recycling
Financiële Zekerheid, het resultaat van een tweejarige pilotperiode
26 maart 2026 Het dossier financiële zekerheid voor afvalbedrijven kent een lange geschiedenis. Nadat in de periode 2003 - 2009 het Besluit Financiële Zekerheid Milieubeheer van kracht was, leidde een aangenomen Kamermotie in 20091) tot een einde voor de mogelijkheid voor de provincie om in de vergunning een eis ... lees meer